21. PROTOCOL BETREFFENDE DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN VAN DE LIDSTATEN IN VERBAND MET DE OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN

DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN,

IN AANMERKING NEMEND dat de lidstaten doeltreffende controles aan hun buitengrenzen moeten kunnen garanderen, waar nodig in samenwerking met derde landen,

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepaling, die aan het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa wordt gehecht:

Enig artikel

De bepalingen betreffende de maatregelen inzake de overschrijding van de buitengrenzen in artikel III-265, lid 2, onder b), van de Grondwet laten de bevoegdheid van de lidstaten om met derde landen over overeenkomsten te onderhandelen of overeenkomsten te sluiten onverlet, mits daarbij het recht van de Unie en andere internationale overeenkomsten terzake worden geŽerbiedigd.